De vierde dinsdag van september

donderdag 10 november 2016

De vierde dinsdag in september. Voor de meeste mensen een gewone dinsdag. Voor mij één van de belangrijkste dagen van het jaar. Op die dag maakt DSW traditiegetrouw als eerste de nieuwe zorgpremie bekend. Dan weten klanten van DSW wat ze volgend jaar voor de basisverzekering gaan betalen. Met andere woorden, of volgens ons de begroting van de minister klopt, of niet. Dit jaar was dat niet het geval. Voorgaande jaren ook niet, maar toen viel onze premie mee omdat minister Schippers de te verwachten zorgkosten ruimer inschatte. Nu heeft de minister de zorgkosten en daarmee de premie veel scherper geraamd. ‘Hoe kan dit?’ vroegen veel mensen zich openlijk af, niet alleen richting DSW, maar ook richting de minister.

Stijgende zorgkosten en een ‘kunstmatig’ lage premie

De zorgkosten stijgen en die trend zal de komende jaren doorzetten. Dat heeft een aantal oorzaken. De wijkverpleging wordt stapsgewijs overgeheveld naar de zorgverzekeringswet. Er worden nieuwe, kostbare medicijnen toegevoegd aan het basispakket en de lonen in de zorg stijgen. In de voorgaande jaren hebben verzekeraars door een te ruime raming en meevallende zorgkosten reserves kunnen opbouwen. De laatste jaren hebben we te maken met stijgende zorgkosten, maar door reserves af te bouwen, bleef de premie nagenoeg gelijk. De premie die u nu betaalt, is dus eigenlijk ‘kunstmatig’ laag door inzet van reserves.  

Reserves zijn niet oneindig

Stijgende zorgkosten, een (te) lage premie… U voelt hem misschien al aankomen. Dat kan niet door blijven gaan. Als wij als zorgverzekeraars, zoals de minister had bedacht in haar begroting, twee miljard aan reserves hadden ingezet, zou de premiestijging in 2017 weliswaar meevallen, maar zouden we het probleem naar volgende jaren hebben verschoven. Reserves zijn niet oneindig. Verzekeraars moéten verplicht een verantwoord reserveniveau aanhouden, om onvoorziene, grote kostenposten in slechte tijden te kunnen betalen. De reserves worden ook in 2017 afgebouwd, maar dat kan niet met een even groot, of zelfs hoger bedrag dan in 2016. De zorg kost nu en volgend jaar meer dan we met z’n allen betalen. Als we alle reserves nu in één keer in zouden zetten, dan zou de premie voor 2018 in één klap met meer dan 20% stijgen. In de feestbegroting die ons werd voorgehouden, miste ik deze waarschuwing. Het had de minister gesierd als ze erbij had gezegd: “U betaalt met de premie uit deze begroting (opnieuw) veel minder dan wat de zorg daadwerkelijk kost, maar houdt u er rekening mee dat dit volgend jaar niet meer kan en de premie zeer aanzienlijk zal stijgen”. Hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk moeten we toe naar een premie die de kosten dekt.

Wij zijn er straks nog, maar deze minister niet

Als eerste met de premie komen, betekent ook: als eerste de klappen opvangen. Op sociale media stroomden honderden reacties binnen. Of we wel gedacht hadden aan de mensen die dit allemaal moeten betalen. Wij hebben onszelf niet populair gemaakt met een premieverhoging, maar we kunnen niet meegaan in de feestbegroting van de minister. Ook de andere zorgverzekeraars zijn verplicht binnenkort hun premie bekend te maken. Dan zal blijken dat ook zij niet aan een veel sterkere stijging van de premie  ontkomen dan de € 3,50 die de minister op Prinsjesdag in het vooruitzicht stelde.  Ik voel het als mijn plicht om u een eerlijk verhaal te vertellen. Als wij nu meedoen aan het feestje  van de minister dan heeft u nu een extra eenmalige korting op de premie maar ondervindt u hiervan de komende jaren de gevolgen met een enorme premiestijging. Wij vinden het belangrijk nu en in de toekomst een verantwoord premiebeleid te voeren, want deze minister is dan weg maar wij zijn er nog!