Terug naar het ziekenfonds

woensdag 2 november 2016

'Hadden we het ziekenfonds nog maar', verzuchten veel Nederlanders. Het ziekenfonds, daar had je geen omkijken naar. De jaarlijkse strijd om nieuwe klanten te winnen was er nog niet. Het oerwoud aan steeds weer veranderende polissen en bijbehorende keuzestress tussen kerst en oud en nieuw was er evenmin. Dat het Nationaal Zorgfonds, dat een nieuw algemeen ziekenfonds zou moeten worden, nu zoveel aandacht krijgt, begrijp ik wel. Tegelijkertijd baart het mij zorgen dat veel mensen terugverlangen naar het ziekenfonds. Het feit dat mensen het ziekenfonds zijn gaan idealiseren, is voor ons als zorgverzekeraars een signaal dat we een aantal dingen niet goed hebben gedaan. De lange wachtlijsten, de voorkeursbehandeling voor particuliere patiënten en de andere nadelen die het ziekenfonds kenmerkten. Het lijkt allemaal minder erg dan hetgeen we nu hebben.

De ziekenfondspatiënt

Toegegeven, overzichtelijk was het ziekenfonds wel maar ongelijk en klantonvriendelijk was het toenmalige systeem eveneens. De ziekenfondspatiënt was in de ogen van de zorgverlener uiteindelijk toch een soort ‘tweederangs’ burger. Particulier verzekerden leverden wanneer zij ziek waren meer op en konden daardoor op een aantal privileges rekenen. Voor hen waren wachttijden korter, de keuzes ruimer en de ziekenhuiskamers luxer. Zelfs de doosjes waarin de apotheek de medicijnen voor de particuliere patiënt verpakte, waren mooi versierd, zodat het onderscheid tussen ‘ziekenfonds of particulier’ voor iedereen zichtbaar was.

Nieuw ziekenfonds kent oude nadelen

In potentie is ons huidige systeem veel beter dan het ziekenfonds. Dat veel mensen desondanks liever een ziekenfonds -of zo u wilt- een zorgfonds willen, hebben wij als zorgverzekeraars aan onszelf te wijten. Het ter discussie stellen van de keuzevrijheid, de kortingsafspraken bij collectiviteiten, cadeautjes bij het overstappen, de budgetpolis, risicoselectie en allerlei andere gekunstelde constructies op -of misschien zelfs over- de grenzen van het wettelijk toegestane, hebben bepaald niet bijgedragen aan het vertrouwen in zorgverzekeraars. Ik begrijp de zoektocht naar een alternatief. Maar teruggaan naar één fonds met voor iedereen één pakket bij één aanbieder, verlamt elke ontwikkeling en ontneemt de prikkel om zich voor de klant te onderscheiden. Met een dergelijk systeem wordt de basis geschapen voor een nieuwe particuliere markt. Degenen die het kunnen betalen, zullen een nieuwe markt creëren waarbinnen weer onderscheid komt tussen de ‘gewone’ patiënt en de particuliere patiënt, zoals dat ooit was in het ziekenfondstijdperk. Voor zorgverleners zal het weer interessanter worden om zich vooral op de particuliere patiënt te richten. Daar wilden we met de Zorgverzekeringswet nu juist van af.

Liever competitie dan marktwerking

Het woord marktwerking in de zorg heeft een negatieve lading gekregen, maar is niets anders dan de keuzevrijheid die bij de verzekerde is neergelegd. Een verzekerde kiest een zorgverzekeraar. Hij kan daarbij zijn keuze baseren op de prijs, polis en service en dienstverlening. Door ook vrij te zijn in de keuze van zorgverlener, krijgt alleen die zorgverlener betaald, die door de verzekerde wordt gekozen. Zorgverleners zijn daardoor gemotiveerd om de best mogelijke zorg te leveren.


Daarom noem ik marktwerking liever competitie. Je kiest een zorgverzekeraar, waardoor er competitie is tussen zorgverzekeraars onderling en door vrije artsenkeuze ontstaat competitie tussen zorgverleners. Competitie brengt ons verder. Competitie is de drijvende kracht achter innovatie, kwaliteitsverbetering, efficiëncyverbetering, lagere (zorg-)kosten en een op de klant gericht zorgsysteem. Competitie betekent niet de grootste willen zijn, competitie is de beste willen zijn. Voor competitie zijn meerdere spelers nodig. Onder zorgverzekeraars is al sprake van een klein aantal spelers. De vier grote zorgverzekeraars hebben 90% van de markt in handen en spreken bovendien vaak als uit één mond. Maar de overtreffende trap van weinig spelers? Dat is één speler. Met één zorgfonds is er geen competitie meer.

Juiste focus

Voor een solidair zorgsysteem voor alle Nederlanders zal ik me blijven inspannen, maar niet door een concurrentieloos systeem als een Nationaal Zorgfonds te laten herleven. Als we als verzekeraars nu eens allemaal de zorgverzekering gaan toepassen zoals die bedoeld is, dan hebben we ook het solidaire systeem zoals dat bedoeld en gewenst is. Laten we transparant zijn over onze producten en over onze premie zonder daarin onderscheid te maken naar welke verzekerde dan ook. Laten we ons vooral onderling onderscheiden en geef ook de zorgverleners voldoende bewegingsvrijheid om dat te kunnen doen. Als we bij de dingen die we doen, en vooral ook de dingen die we laten, steeds even stilstaan bij de vraag wat het beste is voor verzekerden en zorgverleners, dan zal het niet meer nodig zijn naar het ziekenfonds terug te verlangen.